Op Moederdag 2021 denk ik nog meer dan anders aan Engelien, mijn moeder. Kort na de Tweede Wereldoorlog ontmoet ze mijn vader en beleeft met hem romantische uurtjes in de duinen. Hieronder de aanloop ernaartoe.

Engelien opent een enveloppe van haar zus Toos die sinds een tijdje in Haarlem woont. Er valt een krantenknipsel uit. Het is een oproep van het Cremerhuis in Santpoort, het voormalige landgoed Duin en Kruidberg. Nu huisvest het blanke Nederlanders die in Nederlands-Indië goed geboerd hadden totdat Soekarno op 17 augustus 1945 de kolonie uitriep tot de republiek Indonesia. Er zijn werksters en dienstmeisjes nodig, die ook intern kunnen verblijven. Zij kunnen zich dagelijks melden. Engeliens hart maakt een sprongetje. Ze besluit een kans te wagen.  

Op 23 mei 1946 begeeft ze zich op weg naar het Cremerhuis. Voor haar ogen ontrolt zich een vijver met daarachter het bordes van een imposant landhuis met torentjes, boogramen en een klokkentoren.

Landgoed Duin en Kruidberg, Noord-Hollands archief, Collectie Braakman, fotonummer 55-017636, inventarisnummer NL_Hlm_NHA_55017636

Bij de aanblik krijgt ze klamme handen. Even twijfelt ze. Zou ze daar wel op haar plek zijn? Al snel zet ze zich over haar onzekerheid heen. Ze weet dat haar vriendinnen Alie en Annie daar als serveerster werken.
Engelien krijgt een baan als afwashulp in de keuken en woont intern. Haar bed staat in een grote slaapzaal. Stiekem noemt ze haar vriendinnen de dametjes. Zij dragen immers een zwarte jurk met een wit schortje en een kapje op het hoofd. De diners zijn overvloedig zodat het Alie en Annie vaak lukt om restanten mee te smokkelen naar de slaapzaal.
In haar zevenendertig jarig bestaan heeft Engelien nog nooit vaste verkering gehad. Het houdt haar niet zo bezig. De gedachte haar vrijheid in te moeten ruilen voor een bestaan als huisvrouw met een schare kinderen benauwt haar. Ze blijft liever alleen.

Op een middag is Engelien op bezoek bij haar vriendin Gré. Het is een van de spaarzame vrije uurtjes die ze heeft. De werkdagen in het Cremerhuis zijn lang en ’s avonds rolt ze vaak doodmoe in bed. Bij Gré ontmoet ze Jan, een stukadoor die een klus doet bij de buren. Ze is meteen gecharmeerd van zijn rijzige gestalte en pretogen. Hij komt over als een zwierige man die plezier heeft in het leven. Als Jan zich aan haar voorstelt, houdt hij haar hand langer vast dan gebruikelijk.

‘Is hij niets voor je?’ stoot Gré haar in de keuken aan als ze helpt met koffie inschenken.
Engelien bloost en trekt haar schouders op. ‘Hij is anders dan de mannen die ik tot nu toe ben tegengekomen. Die hebben amper wat van de wereld gezien. Jan heeft de zeeën bevaren en is zelfs in Buenos Aires geweest.’

Als ze terugkeren, trekt Jan zijn stoel dichter bij die van Engelien.
‘Ik vind je leuk,’ zegt hij plompverloren. ‘Zullen we eens een keer afspreken?’
Zijn onbekommerdheid oefent een grote aantrekkingskracht uit op Engelien. Dat hij negentien jaar ouder is en weduwnaar, maakt haar niets uit. Zijn vier kinderen zijn allang volwassen en Jan is zelfs opa van drie kleinkinderen.

Het Cremerhuis verbiedt mannenbezoek op de kamer, maar Engelien lapt de regels aan haar laars. ‘Ik zet het raam in onze slaapzaal open als teken dat de kust veilig is,’ zegt ze tegen Jan. ‘Als je mij voor het raam ziet staan, weet je zeker dat je kunt komen.’
Hij klimt langs de regenpijp omhoog tot de eerste verdieping waar de slaapzaal zich bevindt. ‘Gehaald,’ hijgt Jan. Met een plof laat hij zich zachtjes neervallen. ‘Gelukkig ben ik nog lenig genoeg. Mijn maten zeggen weleens dat ik familie ben van slingerapen als ik op de steiger sta.’
Engelien betrekt haar vriendinnen in het complot. Zij waarschuwen zodra er inspectie dreigt. Jan verbergt zich op zo’n moment in een kast. Alie en Annie leiden samen met Engelien de controleur af. Ze kletsen, lachen en zingen liedjes.

Op zaterdagmiddag is Engelien vrij. Dan fietst ze met Jan naar de duinen. Onder de bagagedrager van Jan is een plaid vastgeklemd. In het uitgestrekte duingebied bij het Cremerhuis zijn genoeg duinpannetjes waar Engelien haar schroom van zich afwerpt.

Ze geniet volop van het liefdesspel en laat zich door Jan verleiden ook eens een nacht bij hem thuis door te brengen. Dat moet dan wel in het geniep gebeuren, want de ouders van Jans overleden vrouw wonen bij hem in en de bovenwoning is voor Jans oudste zoon met zijn gezin. Dat Jan drie jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw weer op vrijersvoeten is, ligt vooral gevoelig bij zijn schoonouders. Zij vinden het maar niets dat Jan opeens met een foto van Engelien rondloopt. Uit stil protest draaien ze haar foto op Jans nachtkastje om. 

Jan en Engelien verzinnen een list om af en toe een nacht samen door te brengen. Engelien trekt ’s avonds de deur met veel lawaai achter zich dicht en neemt op straat uitgebreid afscheid van Jan. Met een zwaai fietst ze de straat uit. Even later keert ze terug en sluipt op kousenvoeten naar binnen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Visit Us On TwitterCheck Our FeedVisit Us On FacebookVisit Us On LinkedinVisit Us On Instagram
Spring naar toolbar